Blog

Waarom toch altijd weer Brazilië?

by Luc Vankrunkelsven

Alweer een nieuwe tournee in Brazilië en de opwarming van de aarde wordt wel héél concreet. Dag aan dag. Vlucht naar Madrid geannuleerd. Dan maar via Frankfurt naar São Paulo en nadien naar Florianópolis. Omwille van hevige onweders heeft het vliegtuig in Brussel immense vertraging. Stress of we de overstap in Frankfurt gaan missen. Stress of de bagage wel tijdig van vliegtuig verwisselt.

Met de boot naar Brazilië?

Ik weet het: ‘ons’ vliegen is een deel van het probleem. Naast mij zit een groep jongeren van een Braziliaanse voetbalploeg, terug na een match in Duitsland. Blijkbaar gesponsord door ‘Red Bull Brasil’. Wat verderop honderd medewerkers van de elite-bank Itaú. Honderd! Op uitstap naar Athene. Ieder heeft zo zijn motieven om – alweer – te vliegen.

En ik dan? Ook een serieus motief? Voor de 23ste keer naar Brazilië, met een vliegtuig. Onverantwoord. Luc, deel van het probleem. Zou ik eens niet beter proberen meevaren met een soja-boot? Terug de langzaamheid in. Een maand varen; een maand in Brazilië; een maand terugvaren. Iets voor na het pensioen? Anders zou de langzaamheid-met-wat-minder-CO2-uitstoot wel eens heel duur kunnen uitvallen voor mijn werkgever: twee maand loon om op een sojaberg te zitten.

Met lokale soja valt geld te verdienen

Van ‘soja’ gesproken. Is dat niet de reden waarom Wervel al die jaren op Brazilië blijft inzetten? Ook ‘voorbíj de soja’, omwille van de vele mogelijke alternatieven, zowel in Brazilië als in Europa. Alhoewel, dat oude Europa blijft toch nogal veel inzetten op business as usual. Zo organiseert Rikolto 14 juni een dag rond de sojaproblematiek, zowel voor veevoeding als voor menselijke voeding. Verdienstelijk, dat wel. En toch. Wervel mag even over de negatieve kanten van sojamonocultures hebben, voorzichtig verwijzend naar ons landbouwmodel. Vervolgens komt de veevoederindustrie breed aan het woord. Die zet nogal in op de zogenaamde Donau-soja. Soja die ‘lokaal’ genoemd wordt: van Oostenrijk, Roemenië en, ja, van Oekraïne. ‘Voorbij de overzeese soja’, zo blijkt. Want ja, de sojaprijs blijft hoog, omdat China de grote slopkop geworden is. Toch willen de overheid, de industrie, de landbouworganisaties blijven inzetten op een gemakkelijk te verwerken massaproduct: soja. Terwijl er tal van andere eiwitbronnen zijn. Andere, meer duurzame landbouwmodellen ook.

Met overzeese soja valt nog véél geld te verdienen

Lokale soja’ dus. Nochtans wordt nog duchtig op de overzeese soja ingezet. Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven op kop. Dankzij diepgravend, journalistiek onderzoek van de ‘Groene Amsterdammer’ en het dagblad ‘Trouw’ blijkt sinds kort dat de Nederlandse overheid al tien jaar samenwerkt met de Braziliaanse overheden om de soja via de Amazone-rivier nog vlugger in Rotterdam te krijgen. De zogenaamde ‘Corridor Norte’, een noordelijke sojaroute die aangelegd wordt opdat de vrachtwagens niet meer vanuit (vooral) de Cerrado naar de havens van zuid Brazilië moeten. Naar Paranaguá in Paraná bijvoorbeeld. Nee, nu moet het via Pará, één van de meest corrupte deelstaten van Brazilië. Een treinspoor moet aangelegd worden, alsook wegen voor de vrachtwagens. En vooral veel sojahavens aan de Amazonerivier. Nederlandse bedrijven adviseerden onder meer om de 1100 kilometer lange sojaspoorlijn te bouwen, die in Sorriso zou beginnen. ‘Sorriso’, het Portugese woord voor ‘Glimlach’. Sorriso, het sojaparadijs van de Sulistas (vanuit de zuidelijke staten Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná), met één van de hoogste gifconcentraties in de moedermelk en in ieders bloed. Om in lachen uit te barsten! Of is wenen niet meer gepast? Omwille van de betrokkenheid van Europees bedrijfsleven dat aan ‘duurzame ontwikkeling’ goud wil gaan verdienen. Met subsidie van het Nederlandse ministerie van economische zaken schreven bedrijven als TNO, Panteia en STC-Nestra in 2013 plannen om Mato Grosso via de Amazone in het Noorden te ontsluiten. In het adviesrapport tekenen de bedrijven samen met Braziliaanse autoriteiten uit hoe de soja het snelst kan geëxporteerd worden. “De kennis en het inzicht dat via deze betrokkenheid kan worden verkregen biedt het Nederlands bedrijfsleven een voorsprong op de concurrentie” staat in een intern overzicht van activiteiten in Brazilië van het ministerie van infrastructuur en milieu uit 2013.

Leeg land. Alleen maar wat inheemsen

Nederlandse bedrijven als Arcadis en Boskalis hebben contracten verworven voor de bouw van sojahavens en -schepen. Zo is een inheemse gemeenschap in Itaituba al omsingeld door vier sojahavens. Volgens de planning moeten er nog 22 bijkomen. Ook in Barcarena rees nu een sojahaven op, waar voorheen 196 families woonden. Het Nederlandse Arcadis superviseerde de bouw van deze haven. Vanuit Itaituba varen de schepen over de Amazone-rivier naar Barcarena. Duwboten van Boskalis loodsen de schepen binnen, waarna de soja wordt overgeladen op zeeschepen.

Voor de spoorlijn moet volgens de Braziliaanse overheid 350.000 hectare berschermd woud wijken. Negentien inheemse gemeenschappen raken een deel van hun gebied kwijt.

‘Duurzame’ soja bij de duivel te gast

Onlangs werd ik voor een tijdschrift geïnterviewd. Alweer over soja! Het moest over ‘duurzame soja’ gaan. “Over hoeveel hectaren hebben we’t? In Brazilië. Wereldwijd.” Zo’n vragen. Onmogelijk om te beantwoorden. Onmogelijk ook om niet zelf vragen te stellen over het uithangbord ‘duurzaamheid’. Kadert zogenaamde duurzaamheid niet in onze hang om ons import- en vooral ons exportmodel overeind te houden? Onze levensstijl. Ons landbouwmodel. Onze euro en ga zo maar door.

Ik wil wel positief nieuws brengen, want dat is er óók. Over transitie, agro-ecologie, ommekeer, de commons en zoveel meer. Toch denk ik dat we de leugens en de duistere machten moeten blíjven bloot leggen, 60 jaar na het openbarende werk van Günther Schwab: ‘Bij de duivel te gast’ (1).

We zijn nog altijd bij de duivel te gast. Hij huist o.a. in het ‘Gat van Rotterdam’ en omstreken.

Luc Vankrunkelsven,

Florianópolis, 23 mei 2018.

(1) Vrijdag 14 september 2018 wordt mijn nieuw boek in het Nederlands gelanceerd: ‘De kikker die zich niet laat koken. Klimaat in beweging.’ (tijdens deze tournee in Brazilië luidt het: ”A rã que não deixa se ferver. Clima em movimento.”)/ Uitgeverij Dabar. N.a.v. ’60 jaar bij de duivel te gast’ focussen we op het mogelijke impact van boeken in virtuele tijden.

Afspraak: Casa N’Ativa, Grondelstraat 152 te Anderlecht. Caipirinha en Baru vanaf 19u.

Overgenomen met toestemming van Luc Vankrunkelsven